in de categorie Publiciteit...

Democratie… en verder?

Door Webmaster Aventurijn op 26 november 2006
Categorie: Publiciteit
Aantal reacties: geen

In vrijheid leren wat samenwerking is

door Marijke Sluijter

We leven in een democratie. Belangen worden afgewogen, stemmen worden geteld. De jongste burgers van die democratie zitten op scholen waar ze - hopelijk – met democratisch denken en handelen leren omgaan. Een voorloper hierin is Aventurijn. Daar besluiten kinderen zelf wat en hoe ze willen leren.

Democratische scholen, ze schieten als paddestoelen uit de grond: scholen die naar het voorbeeld van Summerhill en Sudburry Valley vrijheid en democratie hoog in het vaandel hebben staan. Kinderen bepalen hun eigen leerweg en hebben een grote stem in de organisatie van school en onderwijs. Iedere school geeft er weer zijn eigen invulling aan…

A.S. Neill, de oprichter van Summerhill begon met zijn school in 1921. De wereld, de kinderen, alles is ondertussen anders. Is die vorm van onderwijs dan nog wel dè ultieme vernieuwende school, of maken we weer stappen verder? Hierover praten we met Hannah de Vos-Beckers. Zij is de initiatiefneemster van Aventurijn, een particuliere school waar kinderen in vrijheid kunnen leren van het leven zelf. Hoe ziet die vrijheid eruit en hoe zorgt de school ervoor dat er democratisch overleg is?

De school ligt landelijk in het Gelderse Loenen. Als we aankomen zijn de groten bezig met het bouwen van een afstandsbestuurbaar vliegtuig, de kleintjes laten water in de zandbak lopen en proberen dat weer in te dammen. Enkele kinderen doen werk dat lijkt op traditioneel schoolwerk.

We zoeken een rustig plekje en vallen met de deur in huis: “Wat is democratie voor jou? Meeste stemmen gelden, of consensus?”

“Voor mij zijn beide vormen nog geen democratie. Bij ‘meeste stemmen gelden’ zijn er altijd ontevreden mensen zijn die zich niet gehoord voelen. Consensus zie ik ook niet als de ultieme vorm van democratie. Bij consensus wordt iedereen een beetje gehoord; er worden vaak compromissen gesloten waar niemand echt enthousiast over is. Ik vind het juist belangrijk dat iedereen gehoord wordt.

Op Aventurijn streven we er dan ook naar dat iedereen, helemaal, gehoord wordt en zoeken wij naar oplossingen die voor iedereen OK zijn. Dit geldt niet alleen voor de kindervergaderingen, maar vooral ook gewoon door de dag heen. Gehoord worden met álles wat daar bij hoort. Ik denk dan vooral aan emoties. Pas als de emoties de ruimte hebben gekregen is er ruimte voor het zoeken naar een oplossing voor een probleem.

Als er ruimte is voor emoties dan lossen de problemen zich vaak vanzelf op. Ook bij kleuters werkt dit al zo. Twee kleuters speelden laatst de prins en Sneeuwwitje. Een ander kind wilde ook Sneeuwwitje zijn. Een boze prins kwam naar mij toe. Ik liet hem huilen en zijn boosheid uiten zonder met oplossingen te komen. Toen hij zijn verhaal helemaal vanuit zijn diepste wezen had verteld ontstond de oplossing: “We hebben toch ook twee Pepijnen op school, dan kunnen er ook wel twee Sneeuwwitjes zijn!”

Opgelucht en weer helemaal vrolijk ging hij verder met zijn spel. Ruimte voor emoties betekent dat er gewerkt wordt aan de emotionele intelligentie; een van de voorwaarden om tot leren te kunnen komen.”

Hoe zit het met het begrip vrijheid? De kinderen zijn vrij om te kiezen wat zij gaan doen?

“De vrijheid om te leren wat je werkelijk wilt blijft een van onze belangrijkste uitgangspunten. Ik zeg nadrukkelijk ‘uitgangspunten’. Vrijheid is een voorwaarde om tot leren, en dus leven, te komen, niet het ultieme doel. Ons doel is kinderen de gelegenheid te geven zich optimaal te ontwikkelen. Daar zijn veel meer voorwaarden voor nodig. Denk aan veiligheid, een uitdagende leeromgeving, geborgenheid, liefde, schoonheid, natuur, kunnen uiten van emoties, enzovoorts.”

Wat komt er dan na die vrijheid? Als er vrijheid en een bepaalde vorm van democratie is, wat heb je als school dan nog meer te bieden en hoe?

“Dit is voor mij een continue ontdekkingsreis. Waar ik steeds meer achterkom is dat het gaat om het bewustzijn van de begeleiders. Volwassenen fungeren als voorbeeld voor kinderen. Het valt mij steeds weer op hoe confronterend deze vorm van onderwijs voor de meeste volwassenen is: je gaat met je billen bloot; je kunt je niet verschuilen achter een functie, je wordt aangesproken op je menszijn.

Het is dus van essentieel belang dat je je als begeleider op dat gebied blijft ontwikkelen. Dan heb je echt iets te bieden aan kinderen. Zo niet, dan leidt die vrijheid tot een kale en inhoudsloze school, waar alleen kinderen de dienst uitmaken. Dit lijkt mij een even onnatuurlijke situatie als de scholen waar alleen de volwassenen het voor het zeggen hebben. Begeleiders moeten juist vanuit hun eigen passie dingen aanbieden. Als die vonk overslaat ontstaan er de prachtigste projecten.

Laatst vertelde een van de begeleiders over haar eigen ervaringen met oorlogen en hoe belangrijk vrede voor haar is. De kinderen waren geraakt en met alle kinderen is een enorme vredesactie op touw gezet. De school was één zinderende activiteit rondom dit thema: brieven schrijven, telefoneren, website bouwen, uitrekenen wanneer er genoeg handtekeningen binnen zouden zijn, tekeningen maken, spandoeken, filosofische gesprekken, fotograferen etc. Zelfs de kleuters speelden in de poppenhoek over het ‘geen-ruzie-land’ waar lekkere geurtjes uit de geweren kwamen.

Geen van de kinderen heeft gevraagd om dit project, maar ook is niemand gedwongen. Toch deed bijna iedereen mee, en werd er geleerd als nooit te voren.”

Maar als een kind nu gewoon om een lesje vraagt, wat doe je dan?

“Je kan natuurlijk een boek pakken en op de traditionele manier aan de slag gaan. Er zijn kinderen die dat heerlijk vinden. Maar er zijn ook kinderen die daar moeite mee hebben. Zij vragen om een andere manier van leren: door fysiek bezig zijn, muziek, spel etc.

Veel leren vindt echter tussen neus en lippen plaats. Als je bedenkt dat uit onderzoek is gebleken dat wat je van een les onthoudt 55% is van wat er in de omgeving is, 38% van de non-verbale communicatie, en slechts 7% van wat er is gezegd, dan moet dat toch zeker consequenties hebben voor je onderwijs.

Dat is dan ook de reden dat wij steeds zorgen dat er op allerlei gebied een heleboel te zien en te doen is. Kinderen die ogenschijnlijk niet aan een les of activiteit hebben meegedaan blijken op onverwachte momenten onverwachte kennis ten toon te spreiden. Dat zijn de kinderen die met een rood hoofd van het skaten naar binnen komen rennen en bij de boekentafel even één tel een boek inkijken en een week later feilloos weten te vertellen wat er in dat boek stond. Een flits is vaak genoeg. Het leren gaat dan via de meer onbewuste weg.

Democratie is óók: zorgen dat iedereen krijgt wat hij werkelijk nodig heeft om zich te ontwikkelen, dat je daar echt je best voor doet, daar samen naar op zoek blijft gaan. Zo speelt dat onbewuste leren ook op andere vlakken een rol. Het blijkt dat de mate waarin je het kind totaal kunt accepteren van groot belang is: fouten bestaan dan niet. Je moet ècht kunnen geloven dat het kind in staat is te leren. Alle kennis is in feite al aanwezig, het is alleen zaak dat je erbij leert komen.

Als de leerkracht in staat is werkelijk contact te maken met het kind ontstaat er een directe uitwisseling van informatie. Het klinkt simpel, maar ik sta verstelt van de blokkades en de ingesleten patronen bij de volwassenen op dit gebied (inclusief mijzelf!). Zo af en toe vangen we al een glimpje van op van dit werkelijk nieuwe leren. Het lijkt dan of kinderen leren van de lucht, of zij rechtstreeks toegang hebben tot veel meer informatie dan wij vermoeden.

Deze nieuwe manier van leren, dit vertrouwen in kinderen en hun ontwikkeling, is mijns inziens de vernieuwing die toegevoegd kan gaan worden aan het democratisch onderwijs, zoals Neill dat in 1921 heeft neergezet. Dankzij hem en scholen als de Sudburry Valley school en de Pestalozzischool, kunnen wij weer verder; járen verder!”

Dit artikel is onlangs verschenen in Educare, een verrassend, sprankelend tijdschrift, platform en netwerk van en voor mensen die zich inzetten voor een leefomgeving waarin kinderen kunnen opgroeien tot mensen die zich verbonden weten met zichzelf, de ander en de wereld.

Kijk dus ook eens op www.educare.nl

Dit bericht kun je:emailen emailen'n reactie op plaatsennaar teruglinken

Uit “Slik gerust een krijtje in”

Door Hannah Beckers op 13 mei 2002
Categorie: Publiciteit
Aantal reacties: geen

Aventurijn.

Sebastiaan, Arthur en Guus gaan elke dag naar school.

“Nee,” zei de leerplichtambtenaar, “dat gaan ze niet.”

“Jawel hoor,” zei hun vader, “ze gaan naar Aventurijn.”

“Toch krijgt u een boete.”

“Waarom?”

“Omdat Aventurijn geen school is.”

“Wie zegt dat?”

“Ik. De inspecteur van het basisonderwijs heeft het onderzocht. En Aventurijn voldoet niet aan alle eisen.”

Een tijdje na dit gesprek moest de vader van Sebastiaan, Arthur en Guus bij de rechter komen. Dat was spannend - maar de zitting was nog maar net begonnen, of de rechter zei al: “De inspecteur en de leerplichtambtenaar hebben ongelijk. Geen boete. Sebastiaan, Arthur en Guus ontduiken de leerplichtwet niet. En dat van die eisen klopt ook niet helemaal.”

De inspecteur moest het toegeven: “Aventurijn is een school.”

Klopt. Maar wel een totaal andere dan de rest van de basisscholen uit dit boek. Ten eerste omdat het een particuliere school is. Een privé-school. Daarvan zijn er maar ongeveer twintig in Nederland. Een privé-school wordt door de ouders betaald - en niet door het rijk. Op Aventurijn is dat voor één kind 550 euro per maand. Alleen: niet iedereen heeft dat geld. En er zitten ook nog maar negen kinderen op de hele school. Daarom krijgen de juffen voorlopig geen salaris. Misschien later. Een heel klein beetje.

Het tweede grote verschil met andere scholen is de manier waarop de juffen en de kinderen werken. Juffen? Zo heten ze hier niet. Begeleidsters zijn het. Gewoon Hanneke en Hagar. Op Aventurijn maken de volwassenen geen roosters en staan ze niet voortdurend met een krijtje in hun hand. “Ga je aan een baby kruiponderwijs geven?” vragen ze. “Bestaan er loopscholen? Les één: zet je voet hier. Les twee: zet je andere voet daar? Nee, dat is onzin. Kleine kinderen leren dat vanzelf. En wij vinden dat grote kinderen net zo goed kunnen beslissen wat ze moeten leren.”

Hoe gaat dat dan op Aventurijn?

Arthur vertelt: “We beginnen met de ochtendkring, allemaal samen. Daarna ga je doen wat je wilt. Als je zin hebt in boompje klimmen, ga je boompje klimmen. Als je zin hebt in schrijven, ga je schrijven. En als je dat doet omdat je het graag wilt, onthoud je het meteen. Op een gewone school doe je iets duizend keer, en dan vergeet je het net zo vaak.”

Zijn klasgenoot Pepijn vond het leren op de vorige school niet fijn. “Mijn hoofd is net een trechter,” zegt hij, “maar op die school raakte hij verstopt.” En Sebastiaan kon vroeger echt niet lezen. Maar na een half jaar op Aventurijn besloot hij dat hij het wilde leren. Het lukte binnen een week.

Waarom? Misschien omdat hij het Hanneke en de anderen zag doen. Omdat hij het nodig had voor iets waarin hij geïnteresseerd was geraakt. Omdat de leeshoek er zo fijn uitzag. Of omdat hij merkte dat hij niet hoefde te lezen als hij er echt geen zin in had. Misschien vanwege alles tegelijk …

Een heel andere school dus. Toch staan er in Aventurijn wel tafeltjes. Een paar. In een soort stilte-kamertje. Daar hangt ook een mini-schoolbord. Er staan moeilijke rekensommen op. Met een vraag erboven: Wie durft?

Niemand blijkbaar. Alle antwoorden ontbreken nog, maar als Arthur komt zeggen dat hij het niet leuk vindt dat zijn vriend Jente ziek is, schrijft hij ondertussen een antwoord bij een som. Van links naar rechts, niet andersom, zoals de meeste kinderen leren bij cijfersommen. Hanneke zegt er niks van. Waarom zou ze ook? Het antwoord is goed en Arthur is alweer weg. Hij gaat buiten bruggen bouwen, met oude stukjes marmersteen.

Er werkt een beeldhouwer op het terrein. De kinderen mogen altijd naar zijn gebeitel komen kijken. Er is ook een architect. En binnenkort gaan er nog meer kunstenaars aan het werk rondom de school. De kinderen die zin hebben, doen met hen mee.
Buiten het gebouw is erg veel groen. Aventurijn heeft een eigen weiland, een stukje land dat “de woestijn” wordt genoemd, een moestuin, veel zand en water, een vuurkorf, er zijn konijnen- en kippenhokken, klimbomen, geheime hutten en, zoals Arthur zegt: “onderstruikse gangen.” Wie er wil spelen, mag dat doen. Desnoods de hele dag.

Tussen de middag eet iedereen samen, groot en klein. Nina heeft lasagne gekookt. Dat heeft ze gisteren bedacht, de boodschappen zijn gedaan en samen met Hagar heeft ze het recept op het pak gevolgd. Als het op is, begint de speurtocht. Hanneke heeft hem gemaakt. Op een plattegrond staat waar de briefjes liggen met opdrachten. En opeens is er een verstopte rekenles. Op welke dag valt 22 juni? Wat is de oppervlakte van onze aanhangwagen? Dat zijn een paar van de vragen die Hanneke bedacht heeft. Alle hersens kraken en het einddoel wordt bereikt. Precies op tijd. Morgen is er weer een speurtocht, maar die is gemaakt door Sebastiaan en Pepijn - er zijn er twee hier op school. Op de computer. Voor Guus, de jongste, hebben ze aparte vragen geschreven. En ook een paar voor de begeleiders.

Spelen zij altijd mee?

“Alleen als de kinderen dat willen,” zegt Hanneke. “En verder houden we in de gaten wat de kinderen doen. We maken elke dag een verslagje. En we zorgen dat er veel spannende dingen gebeuren op school. Dat er steeds nieuwe plannen zijn, Avontuurlijk onderwijs. En of de kinderen dat avontuur dan willen aangaan - ja, dat hangt van henzelf af.”

Maar hoe gaat dat dan als Sebastiaan twaalf is? Dan moet hij toch van school af? Naar de HAVO, of het VBO?

“Nou,” zegt Hanneke, “misschien. Maar we willen hier ook een middelbare school oprichten. Eentje van onszelf.”

Het is niet de enige vraag die mensen stellen als ze over Aventurijn horen. Het lijkt ons zo weinig wat jullie doen, zeggen ze ook, leren de kinderen wel genoeg? “Ze leren anders,” zegt Hanneke dan, “andere dingen, en op andere momenten. Soms is het meer, soms is het misschien minder dan wat kinderen op de basisschool leren. Maar ze onthouden het wel beter. Normaal doe je lesje na lesje. Maar kinderen snappen niet goed wat dat met het echte leven te maken heeft. Wij proberen elke dag van het echte leven te leren.”

Dat er veel leven is op Aventurijn, is wel duidelijk. Willen de jongens naar een camerafabriek? Dan organiseert Hanneke dat. Moet er een boom omgezaagd worden? De kinderen doet het zelf, samen met een vader, en van de stam maken ze meteen een paar stoere oerhamers. Heeft er iemand zin in Engels, dan wordt er Engelstalig bezoek gevraagd.

De schooldag is voorbij, en er wordt opgeruimd. Het lijkt wel een speeldag, maar spelen is werken. Dat zeggen de begeleidsters en Arthur is het er mee eens. “Op mijn oude school heb ik maar één keer in de pauze met mijn lievelingsspeelgoed mogen spelen. En dat was dan nog eigenlijk mijn op-één-na-lievelingsspeelgoed. Hier kan ik altijd doen wat me interesseert.”

Is er dan niets wat hij mist?

“Ja,” zegt hij, “meer vrienden.”

Negen kinderen is wel erg weinig - dat vindt iedereen op school. Maar ja, Aventurijn is pas twee jaar oud. En het is hier wel erg anders dan op de scholen in de rest van Nederland. Geen rapporten met cijfers, geen vaste grammaticales - en dan zo’n piepklein schoolbordje met onopgeloste sommen. Onopgelost? Nee, aan het eind van de dag blijkt overal een goed antwoord te staan. Er durfde dus toch iemand. Wie? Dat staat er niet bij. Maar één ding is zeker: het was iemand die er zin in had.

Dit stuk is afkomstig uit het boek SLIK GERUST EEN KRIJTJE IN - Alles over de basisschool, een boek dat in het najaar van 2002 door uitgeverij Querido uitgegeven zal worden. Het boek is bedoeld voor kinderen en gaat over basisscholen. Het is geschreven door Edward van de Vendel. Edward was een dag op Aventurijn. Hij vertelde over het schrijven van boeken en liet ons zijn Zilveren Griffel zien In het hoofdstuk over de leerplicht zal dit stukje over Aventurijn worden opgenomen.

Slik gerust een krijtje in - alles over de basisschool.
isbn 90 451 0131 9
prijs 12,95

Wil je meer weten over Edward van de Vendel: www.geocities.com/eenanderadresje/EDWARD

Dit bericht kun je:emailen emailen'n reactie op plaatsennaar teruglinken