Moeder zijn: waar doe je het voor?

Mijn zus is kinderloos. En van harte. Zestien jaar geleden nog wist ze zeker dat ze minimaal vier kinderen zou krijgen. Ik was voor het eerst zwanger en samen romantiseerden we over hoe fantastisch mijn leven zou worden. Alles even ‘schattig’ en ‘aandoenlijk’: handjes, voetjes; hemdjes, broekjes, de motiefjes van het beddegoed en de gordijnen etc. We stroopten babywinkels af en regelmatig kreeg mijn ongeboren kind al een cadeautje – ze kon het gewoon niet laten.

Zes jaar later was ik voor de derde keer zwanger. Toen ik het mijn zus vertelde, stak ze net een lepel chocolademousse in haar mond. Slechte timing. Die lepel is daar minstens drie minuten blijven hangen. “Nog een baby erbij? Mijn God, dat je daar weer aan begint!”

Nu had ik zelf na de geboorte van mijn tweede zoon luid verkondigd dat ons gezin wat mij betreft compleet was. Na twee jaar intensief moederschap voelde ik een dringende behoefte om me weer eens onder volwassenen te begeven. En sinds de opmars van de kinderdagverblijven kom je die op doordeweekse dagen nog maar sporadisch tegen in park en kinderboerderij. Weer aan het werk dus. Die eerste vraag van haar begreep ik dan ook wel. Maar uit die tweede uitroep sprak wel meer dan alleen verbazing.

Natuurlijk bleven de handjes en voetjes schattig, maar de romantiek van het moederschap was voor haar danig afgenomen na het bijwonen van de eerste bevalling. Een dag lang buikpijn van het meeleven met de weeën. Daarna machteloos toezien hoe de wallen onder mijn ogen groeiden met het toenemen van het aantal poepluiers, snotneuzen, spuuglappen en gebroken nachten. Voor haar hoefden die vier kinderen niet meer – geen van allen.

Als ik bedenk hoeveel tijd ik kwijt ben geweest aan hapjes voeren en veters strikken, hoeveel geld ik nu nog kwijt ben aan gescheurde broeken en boterhammen met chocopasta, dan laat ik mijn hoofd ook moedeloos hangen. Waar doe ik het voor? Maar dat er vier mensjes zijn die onvoorwaardelijk van me houden, is een geschenk wat niet in uren en geld is uit te drukken. Die eerste knuffel in de ochtendschemer, als een warm lijfje bij me onder de dekens kruipt. Het blijde ‘mama!’ als ik na school in de deuropening van de klas verschijn. Alle kusjes (‘en nog eentje voor je neus’) bij het slapengaan. Deze onuitputtelijke bron van liefde – daar doe ik het voor!

Your thoughts are welcome...

Je email zal nimmer op deze site vertoond worden, noch met anderen gedeeld.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

Comment Spam Protection by WP-SpamFree